Wachttermijn, een richtlijn

Voor alle diergeneesmiddelen die geregistreerd zijn voor voedselproducerende diersoorten is een wachttermijn bepaald. Deze wachttermijn moet echter gezien worden als advies. In dit artikel wordt beschreven wat de wachttermijn is en waardoor deze kan worden beïnvloed. Ook wordt een praktijkvoorbeeld gegeven.

Different kinds of meat, eggs and two bottles of milk --- Image by © Imagemore Co., Ltd./Corbis

Wat is een wachttermijn

Een wachttermijn is de periode die na de laatste toepassing van een diergeneesmiddel ten minste moet verstrijken alvorens tot productie van levensmiddelen, afkomstig van dat dier, kan worden overgegaan. Dit heeft als doel te waarborgen dat de betreffende levensmiddelen geen residuen bevatten in grotere hoeveelheden dan de MRL (Maximale Residu Limiet).

 

Voor het bepalen van de wachttermijn wordt uitgegaan van de normale gebruiksvoorwaarden bij gezonde dieren. De vastgestelde wachttermijn is een minimaal te hanteren wachttermijn. In specifieke situaties kan het door de behandelend dierenarts noodzakelijk worden geacht om een langere wachttermijn aan te houden.

Welke factoren beïnvloeden deze wachttermijn?

Er zijn verschillende factoren die van invloed kunnen zijn op de wachttermijn.

  1. Ziekteverschijnselen
    Afhankelijk van het eliminatiemechanisme van een diergeneesmiddel kunnen verschillende aandoeningen een tragere eliminatie van diergeneesmiddelen tot gevolg hebben. Dit kan bijvoorbeeld optreden in het geval van lever- en/of nierfalen.
  2. Combinaties met andere diergeneesmiddelen
    De farmacokinetiek van een middel kan beïnvloed worden door andere diergeneesmiddelen welke voor, tegelijkertijd met, of na een behandeling toegediend worden. Met name wanneer twee middelen via dezelfde route gemetaboliseerd of uitgescheiden worden, kan dit leiden tot een vertraagde eliminatie.
  3. Herhaling van de behandeling
    Als een behandeling direct of na een korte tijd herhaald wordt, kan dit resulteren in stapeling van de werkzame stof in het lichaam.
  4. Het aanzuren van gemedicineerde oplossingen
    Dit kan de biologische beschikbaarheid van het diergeneesmiddel vergroten en daarmee ook de wachttermijn verlengen. Alleen voor diergeneesmiddelen die van oorsprong pH verlagende stoffen zoals citroenzuur bevatten, is hier bij de wachttermijnberekening rekening mee gehouden.
  5. Vervuiling van het drinkwatersysteem
    Vervuiling kan een mogelijke oorzaak zijn voor het achterblijven van residuen van een diergeneesmiddel in de waterleidingen. Het gebruik van zuren na een behandelperiode, kan er dan aan bijdragen dat residuen van deze diergeneesmiddelen weer in oplossing komen. Hierdoor kunnen dieren ook na het stoppen van de behandeling nog blootgesteld worden aan het diergeneesmiddel.
  6. Niet volledig leeg maken voorraadvat
    Indien gebruik wordt gemaakt van een voorraadvat is het belangrijk deze aan het einde van de behandeling helemaal leeg te maken om doorverdunning van de oplossing te voorkomen.

Cascade & off-label gebruik

Daarnaast zijn ook het gebruik van diergeneesmiddelen via de cascade en het off-label gebruik van diergeneesmiddelen factoren die een rol spelen bij het bepalen van de meeste geschikte wachttermijn.

Als bij gebruik via de cascade een diergeneesmiddel toegepast wordt bij een andere diersoort dan in de registratie vermeldt, dient een wachttermijn van ten minste 7 dagen voor melk en eieren en 28 dagen voor vlees aangehouden te worden. Bij toediening van een diergeneesmiddel voor een andere indicatie maar wel bij de geregistreerde diersoort kan het in uitzonderlijke gevallen ook noodzakelijk zijn een afwijkende wachttermijn te adviseren.

Het off-label gebruik van diergeneesmiddelen (anders dan gebruik via de “cascade”) is in principe verboden. Wettelijk is het dus niet toegestaan om een diergeneesmiddel in een andere dosering of via een andere toedieningsweg toe te dienen. Is het, in het kader van Goede Veterinaire Praktijk, toch noodzakelijk van de bijsluiter af te wijken dan kan het verstandig zijn om hierbij ook een aangepaste wachttermijn te adviseren. Deze aangepaste wachttermijn is ideaal gezien onderbouwd door bijvoorbeeld bestaande wetenschappelijke literatuur. In de formularia van de verschillende diersoorten wordt in dit geval geadviseerd om minimaal de wachttermijnen aan te houden van 7 dagen voor melk en eieren en 28 dagen voor vlees.

Praktijkvoorbeeld

Aanzuren van drinkwater

Zuren worden vaak gebruikt in combinatie met doxycyclinepreparaten om de oplosbaarheid te verbeteren. Doxylin® 50% WSP bevat reeds citroenzuur. Het toevoegen van extra zuur aan dit product is onder normale omstandigheden dan ook niet nodig. Aan doxycyclineproducten die geen citroenzuur bevatten wordt vaak wel een zuur toegevoegd. Zuren worden echter ook afzonderlijk van antibiotica gebruikt. Het toedienen van het zwakke zuur vitamine C, aan het einde van de mestronde, bij pluimvee is daar een bekend voorbeeld van.

Zowel het toevoegen van zuren aan de vooroplossing als het gebruik van zuren afzonderlijk van een diergeneesmiddel kan de wachttermijn beïnvloeden. Tijdens de wachttermijnberekening is er geen rekening gehouden met het aanzuren van de vooroplossing. Indien na een behandeling residuen van doxycycline in de waterleidingen zijn achtergebleven, is het mogelijk dat door gebruik van zuren later in de ronde deze neergeslagen residuen weer in oplossing komen en de dieren zodoende opnieuw aan doxycycline worden blootgesteld. Dit geldt niet alleen voor citroenzuur, maar mogelijk ook voor andere producten met een lage pH zoals vitamine C.

Referenties

  1. Huyghebaert, A. (2006), Advies 42-2006 (Wetenschappelijk Comité van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, Brussel).
  2. Nederlandse wetgeving: Wet dieren, Besluit diergeneesmiddelen en Regeling diergeneesmiddelen.
  3. Europese wetgeving: Richtlijn 2001/82 en Verordening EEG nr 37/2010.