Speciale waarschuwingen voor elke diersoort waarvoor het diergeneesmiddel bestemd is
Met voorzichtigheid gebruiken bij katten geïnfecteerd met het feline immunodeficiëntievirus (FIV) vanwege mogelijke iatrogene neutropenie.
Speciale voorzorgsmaatregelen voor gebruik bij dieren
Het product moet worden toegediend tijdens een maaltijd verrijkt met lipiden om een betere opname door het spijsverteringstelsel te krijgen; behandel alle dieren van dezelfde groep zodra de besmetting zich voordoet, om verspreiding ervan te voorkomen. Desinfecteer tegelijkertijd ook de verblijven. In geval van onderdosering, komen recidieven vaak voor.
Gebruik tijdens dracht en lactatie
Griseofulvine is teratogeen. Niet toedienen aan drachtige dieren.
Overdosering (symptomen, procedures in noodgevallen, antidota)
In geval van overdosering kan levertoxiciteit worden waargenomen. Bij katten zijn zeldzame gevallen van neurotoxiciteit beschreven.