De invloed van ammoniumchloride op de kation-anion balans en het calciummetabolisme van melkkoeien

Ammoniumchloride zorgt voor een verhoogde uitscheiding van calcium via de nieren, waardoor de absorptie van calcium vanuit het maagdarmkanaal efficiënter wordt. Dit is van belang wanneer de calciumbehoefte toeneemt voor de productie van biest en melk na het afkalven.

Melkziekte

Melkziekte is het optreden van hypocalcemie in de periode rondom de partus. Meestal treedt het op in de eerste 48 uur na de partus, vooral bij hoog producerende koeien in de 3e tot 7e lactatie. De verschijnselen bestaan uit spierzwakte, anorexie, milde tachycardie en een daling in de intensiteit van harttonen. Soms treedt ook een aritmie van het hart en een daling van de frequentie en intensiteit van de pensbewegingen op.

Er zijn drie factoren die een risico vormen voor een verstoord calciumhomeostase bij melkkoeien:

  1. Een overmatig verlies van calcium via de biest.
  2. Onvoldoende absorptie van calcium uit de darmen.
  3. Onvoldoende absorptie van calcium uit het skelet.

Als melkziekte niet behandeld wordt kan het gepaard gaan met sterfte. De mortaliteit kan oplopen tot 60-70% [3].

De behandeling van melkziekte bestaat uit de parenterale en/of orale toediening van calcium. Dieren reageren doorgaans goed op een intraveneuze behandeling, maar het kan wel enkele uren duren voordat de eetlust terugkeert [1, 2]. De kosten voor de behandeling en de kosten ten gevolge van een verminderde productie worden geschat op $334 (± €300) per koe. Daarnaast verhoogt melkziekte het risico op andere aandoeningen, zoals slepende melkziekte, mastitis of een lebmaagdislocatie [3].

Preventie van melkziekte

De volgende methoden worden gebruikt om melkziekte te voorkomen:

  1. Vermindering van de calciumopname tijdens de droogstand.
  2. De orale toediening van calcium rondom het afkalven.
  3. De parenterale toediening van vitamine D in de periode rondom het afkalven.
  4. Het veranderen van de kation-anion balans in het voer dat tijdens de droogstand wordt gegeven [2, 4].

Als de calciumconcentratie in het voer tijdens de droogstand laag is zal de calciumabsorptie vanuit de darmen toenemen. Hierdoor zijn koeien beter in staat om calcium te absorberen, ook wanneer dit in grotere hoeveelheden beschikbaar komt. Het is echter moeilijk om de calciumconcentratie in het voer te verlagen. Daarnaast is deze methode minder effectief in het verminderen van de incidentie van melkziekte dan de verandering van de kation-anion balans met ammoniumzouten [5].

Een verlaging van de kation-anion balans is ook effectiever dan het toedienen van vitamine D. Vitamine D is wel belangrijk voor de calciumhomeostase, maar de productie van vitamine D bij koeien met melkziekte blijkt niet anders te zijn dan van koeien zonder melkziekte. Daarnaast neemt het aantal vitamine D receptoren af bij oudere koeien wat ertoe leidt dat het toedienen van vitamine D minder effectief is bij de groep dieren, terwijl dit juist de groep is met het hoogste risico op het ontwikkelen van deze aandoening [2].

Hoe werkt de kation-anion balans?

De kation-anion balans (KAB) in een rantsoen wordt bepaald door de belangrijkste kationen Na+ en K+ en de belangrijkste anionen Cl en S. Er zijn verschillende vergelijkingen voor het berekenen van deze balans. De meeste eenvoudige en betrouwbare berekening om het risico op melkziekte te voorspellen is: (Na + K) – (Cl + 0,6 S) [6].

Een negatieve KAB kan de volgende effecten hebben:

  1. Verhoogde absorptie van calcium in de darmen.
  2. Verhoogde resorptie van calcium uit het bot.
  3. Toegenomen productie van 1,25 dihydroxyvitamine D door de nieren toenemen [2, 4].
  4. Toegenomen excretie van calcium via de nieren toenemen [4, 7, 8].

Door een combinatie van deze factoren zal de koe efficiënter met calcium omgaan.

Verlaging van de KAB tijdens de droogstand verlaagt het risico op het ontwikkelen van klinische of subklinische melkziekte [5, 6, 9-13]. Bij koeien die tijdens de laatste drie weken voor de verwachte afkalfdatum 100 gram ammoniumchloride per dag toegediend kregen daalde de incidentie van melkziekte van 17 naar 4% [2].Daarnaast kan de droge stof opname en de melkproductie toenemen [9-12, 14].

Wat de optimale concentratie van calcium is die toegepast wordt in een dieet met een negatieve KAB is niet helemaal duidelijk. Sommige auteurs bevelen een hoge calciumconcentratie aan, terwijl andere erin geloven dat een lage calciumconcentratie voordelen heeft. Enkele auteurs geven aan dat de calciumconcentratie helemaal niet van belang is in diëten met een negatieve KAB [4].

de-invloed-van-ammoniumchloride-op-de-kation-anion-balans-en-het-calciummetabolisme-van-melkkoeien

Ammoniumchloride

Koeien

Het verlagen van de KAB in het voer van droogstaande koeien is lastig omdat de veehouder voor een groot deel afhankelijk is van het beschikbare ruwvoer [2]. Het verlagen van de KAB wordt daarom meestal gedaan met aanvullende diervoeders. Chloridezouten zijn hiervoor effectiever dan sulfaatzouten [7, 15].

Ammoniumchloride is van de meeste gebruikte zouten en zout met de beste kation- anion ratio [2, 16] en is daarmee een veelbelovende praktische en betrouwbare methode voor het beheersen van melkziekte. Andere voordelen van ammoniumchloride zijn de veiligheid en het feit dat het toegepast kan worden ongeacht de calciumconcentratie van het voer [2].

Het effect van ammoniumchloride wordt meestal gemeten aan de hand van de verandering van de pH van het plasma of de urine. Om de pH van het plasma significant te verlagen is 2,25 Eq per dag nodig, terwijl 1,5 Eq per dag voldoende is om de pH van de urine te verlagen [15]. In een review door Horst et al wordt geconcludeerd dat een KAB van -50 tot -100 mEq per kg voer optimaal is voor de preventie van melkziekte [3].

Om de KAB met 1 Eq te verlagen is 53,5 gram ammoniumchloride nodig [15]. Een verlaging van 2,25 Eq wordt dus bereikt met 120,4 gram ammoniumchloride per dag.

De minimale periode voor het voeren van een dieet met een negatieve KAB is waarschijnlijk tien dagen, maar in de meeste studies wordt een periode van drie weken gehanteerd [4].

Een mogelijke bijwerking van het gebruik van ammoniumchloride of andere zouten die de KAB beïnvloeden is een verminderde voeropname. Mogelijke oorzaken zijn de smakelijkheid van deze zouten of een verminderde eetlust door de milde acidose. Er zijn echter ook verschillende onderzoeken waarin geen effect op de droge stof inname wordt waargenomen [4].

Schapen & Geiten

Ook bij schapen ammoniumchloride voor een verhoogde uitscheiding van calcium via de nieren en een verhoogde absorptie van calcium in de darmen. Het heeft echter geen invloed op de mate van calciumresorptie uit de botten [17]. In een studie van Espino et al wordt geconcludeerd dat ammoniumchloride zorgt voor een toegenomen calciumconcentratie in het plasma [18].

Bij geiten zorgt ammoniumchloride ook voor een toegenomen excretie van calcium via de urine [19]. Het aantal studies bij schapen en geiten is echter vrij beperkt.

Ammo-mix AD

Ammo-mix AD is een aanvullend diervoeder dat toegepast kan worden bij rundvee, schapen en geiten. Ammo-mix AD wordt geproduceerd onder GMP+ voorwaarden. Het bevat een hoge concentratie aan ammoniumchloride, maar bevat ook vitamine C en smaakstoffen voor een goede opname. Ammoniumchloride kan bijdragen aan de verzuring van de urine van herkauwers en beïnvloedt het calciummetabolisme van melkkoeien. Het praktische belang hiervan is toegelicht in dit artikel en het artikel over verzuring van de urine van herkauwers.

Dosering

Op basis van de beschikbare literatuur wordt aangeraden om voor het beïnvloeden van het calcium metabolisme een dosering te gebruiken van 25 gram Ammo-mix AD per 100 kg lichaamsgewicht.

Referenties

  1. Radostits, O.M., et al., Hypocalcaemia, in Veterinary Medicine – A textbook of the diseases of cattle, horses, sheep, pigs and goats. 2007, Saunders Elsevier: Edinburgh. p. 80-84.
  2. Radostits, O.M., et al., Parturient paresis (milk fever), in Veterinary Medicine – A textbook of the diseases of cattle, horses, sheep, pigs and goats. 2007, Saunders Elsevier: Edinburgh. p. 1626-1644.
  3. Horst, R.L., et al., Strategies for preventing milk fever in dairy cattle. J Dairy Sci, 1997. 80(7): p. 1269-80.
  4. Thilsing-Hansen, T., R.J. Jorgensen, and S. Ostergaard, Milk fever control principles: a review. Acta Vet Scand, 2002. 43(1): p. 1-19.
  5. Oetzel, G.R., et al., Ammonium Chloride and Ammonium Sulfate for Prevention of Parturient Paresis in Dairy Cows1. Journal of Dairy Science, 1988. 71(12): p. 3302-3309.
  6. Charbonneau, E., D. Pellerin, and G.R. Oetzel, Impact of lowering dietary cation-anion difference in nonlactating dairy cows: a meta-analysis. J Dairy Sci, 2006. 89(2): p. 537-48.
  7. Oetzel, G.R., et al., Screening of anionic salts for palatability, effects on acid-base status, and urinary calcium excretion in dairy cows. J Dairy Sci, 1991. 74(3): p. 965-71.
  8. Martin-Tereso, J., et al., Peripartal calcium homoeostasis of multiparous dairy cows fed rumen-protected rice bran or a lowered dietary cation/anion balance diet before calving. J Anim Physiol Anim Nutr (Berl), 2014. 98(4): p. 775-84.
  9. Mellau, L.S., et al., Effect of anionic salt and highly fermentable carbohydrate supplementations on urine pH and on experimentally induced hypocalcaemia in cows. Acta Vet Scand, 2004. 45(3-4): p. 139-47.
  10. Block, E., Manipulation of dietary cation-anion difference on nutritionally related production diseases, productivity, and metabolic responses of dairy cows. J Dairy Sci, 1994. 77(5): p. 1437-50.
  11. Razzaghi, A., et al., Effect of Dietary Cation-Anion Difference during Prepartum and Postpartum Periods on Performance, Blood and Urine Minerals Status of Holstein Dairy Cow. Asian-Australas J Anim Sci, 2012. 25(4): p. 486-95.
  12. Weich, W., E. Block, and N.B. Litherland, Extended negative dietary cation-anion difference feeding does not negatively affect postpartum performance of multiparous dairy cows. J Dairy Sci, 2013. 96(9): p. 5780-92.
  13. Kurosaki, N., et al., Preventive effect of mildly altering dietary cation-anion difference on milk fever in dairy cows. J Vet Med Sci, 2007. 69(2): p. 185-92.
  14. DeGroot, M.A., E. Block, and P.D. French, Effect of prepartum anionic supplementation on periparturient feed intake, health, and milk production. J Dairy Sci, 2010. 93(11): p. 5268-79.
  15. Goff, J.P., R. Ruiz, and R.L. Horst, Relative acidifying activity of anionic salts commonly used to prevent milk fever. J Dairy Sci, 2004. 87(5): p. 1245-55.
  16. (FEFAC), E.F.M.F., Feed material status for ammonium chloride. 2010, European Feed Manufacturers’ Federation (FEFAC): Bruxelles.
  17. Braithwaite, G.D., The effect of ammonium chloride on calcium metabolism in sheep. Br J Nutr, 1972. 27(1): p. 201-9.
  18. Espino, L., et al., Long-term effects of dietary anion-cation balance on acid-base status and bone morphology in reproducing ewes [Abstract]. J Vet Med A Physiol Pathol Clin Med, 2003.50(10): p. 488-95.
  19. Horst, R.L. and N.A. Jorgensen, Effect of ammonium chloride on nitrogen and mineral balance in lactating and nonlactating goats. J Dairy Sci, 1974. 57(6): p. 683-8.

De beheersbaarheid van coccidiose

Dit is het onderwerp van het artikel ‘Keeping coccidiosis manageable’ uit de 2e Worldpoultry van dit jaar.

In dit artikel schrijft pluimveedierenarts Maarten de Gussem dat alle commerciële kippen op een bepaald moment geïnfecteerd raken met coccidia. Dit maakt dat coccidiose een zeer belangrijke aandoening is waar dierenartsen rekening mee moeten houden. Het volledige artikel kunt via deze link lezen.

Dopharma heeft een reeks producten die geregistreerd zijn voor de behandeling van coccidiose bij pluimvee. Deze worden in de tabel hieronder weergegeven.

Product Werkzame stof Wachttermijn pluimvee Verpakking
Dozuril® 25 mg/ml toltrazuril 16 dagen 1 liter flacon
Sulfadimidine-Na sulfadimidine 15 dagen 1 kg bus
Sulfaquinoxaline Natrium sulfaquinoxaline 14 dagen 1 kg bus

Humane vs. veterinaire geneesmiddelen

IFAH, de wereldwijde federatie, ontwikkelde een nieuwe infographic getiteld ‘We zijn vergelijkbaar, maar we zijn niet hetzelfde’.

Met deze infographic worden een aantal verschillen tussen de geneesmiddelen sector voor menselijk en veterinair gebruik geïllustreerd. Bekijk hier de infographic.

Hittestress?

Met een hittegolf in aantocht en eind deze week mogelijk de hoogste temperaturen ooit gemeten in Nederland, bieden we u graag meer achtergrond informatie.

Wat is hittestress nu eigenlijk? Wanneer treedt het op en hoe kan vitamine C hier bij helpen? Lees het allemaal in het artikel van ons Technical Support team.

Voor productinformatie over Vitasol® C kunt u op de productpagina terecht.